GLUTENINTOLERANTIE

Gluten zijn eiwitten in graansoorten. We spreken beter van gliadines, een van de twee eiwitten van gluten, aangezien deze de problemen veroorzaken. Gliadines worden aangetroffen in:
- tarwe (hoogste concentratie gluten)
- gerst
- kamut
- rogge
- spelt (laagste concentratie gluten)
- tarwe (hoogste concentratie gluten)
- gerst
- kamut
- rogge
- spelt (laagste concentratie gluten)
Haver wordt afgeraden omdat het vaak gecontamineerd is met tarwe. Wil men zeker spelen dient op de verpakking de vermelding "glutenvrij" te staan. Waarom komt glutenintolerantie of allergie zo vaak voor
Deze vraag kan alleen hypothetisch beantwoord worden. De mensheid is pas een goede 5000 jaar geleden begonnen met het consumeren van gluten en niet-humane melk. Daarvoor maakte het nomadenbestaan het cultiveren van gewassen en het houden van gedomesticeerde dieren overbodig. Als we ervan uitgaan dat het menselijk genoom (de verzameling van al het menselijk genetisch materiaal) van de Homo Sapiens welgeteld 0,5% verandert op een miljoen jaar, is het niet verwonderlijk dat gluten een probleem vormen. Gluten is namelijk het meest complexe voedingsbestanddeel dat we kennen in onze dagdagelijkse eetpatroon en behoeft tientallen (werkende) enzymen om volledig opgenomen te kunnen worden.
Het voornaamste probleem met gluten is dat bij het ontbreken van een of meerdere enzymen gluten plots een agressor wordt, die schade aanbrengt aan het lichaam. Een mooi voorbeeld is coeliakie, waarbij de ontbrekende factor gluten transformeert in een stof die de darmwand gaat aantasten.
Iets soortgelijks maar klinisch minder waarneembaar doet zich voor bij een glutenintolerantie. Hier vormen de ontbrekende enzymen ook de factor die het gastro-intestinale systeem gaan aantasten, maar de problematiek is minder waarneembaar, althans volgens de gangbare reguliere normen. In praktijk doet zich een cascade van biochemische reacties voor, die voor een aanzienlijk deel aansprakelijk zijn voor het ontstaan van allergische en neurologische klachten.
Een tweede element is dat landbouwer's na de eerste wereldoorlog de graangewassen, met i.h.b. tarwe handmatig zijn gaan selecteren op de glutenconcentraties. Hoe meer gluten, hoe beter de kwaliteit van het brood en hoe hoger de prijs. De huidige tarwegewassen bestemd voor bloem, bevatten tot 20 keer meer gluten concentraties dan 100 jaar geleden. Men kan dus stellen dat de tendens van de laatste 100 jaar om gluten te vermenigvuldigen niet gelijk loopt met de capaciteit van het menselijk lichaam om gluten te verwerken. Deze stelling wordt beaamd als men er de statistieken gaat bijhalen. Volkeren met een matige of zo goed als geen consumptie van gluten (Eskimo's, Ethiopiërs) kennen bijna geen coeliakie. Net als niet-melk consumerende volkeren bijna geen borstkanker ontwikkelen.
Glutenintolerantie kan aangeboren zijn of verworven. Gaan we dan de factoren bekijken die deze verworvenheid in de hand werken, zien we dat vooral de concentratie en de hoeveelheid gluten de voornaamste factor is. Ieder individu heeft een ingebouwde DNA code die bepaalt hoeveel gluten er kunnen verwerkt worden. Overschrijdt men gedurende langere periode meermaals deze grenswaarde, bepaalt een andere factor, namelijk de predisponitie (voorbestemdheid) of iemand al dan niet gluten-intolerant wordt.
Coeliakie komt vier keer meer voor in 2009 dan in 1948/1954
Men heeft het (ingevroren) bloed van 9000 Amerikaanse soldaten van de periode 1948-1954 vergeleken met bloedonderzoek van 12.000 Amerikaanse soldaten in 2009 met dezelfde leeftijd. Er werd getest op de tissue transglutaminase IgA antilichamen (TTG/IgA).
Van de periode 1948-1954 hadden 0,2 % van de soldaten ongediagnosticeerde coeliakie tegenover 0,9% in 2009. Een stijging met 450%.
Hiermee in tevens aangetoond dat coeliakie tegenwoordig niet meer voorkomt omdat de diagnoseprocedure zou verbeterd zijn. Voor elke coeliakie patiënt zijn er ongeveer 30 mensen met glutenovergevoeligheid. Er zijn meer dan 200 ongewenste biologische reacties bekend die het gevolg zijn van het consumeren van gluten.
Het voornaamste probleem met gluten is dat bij het ontbreken van een of meerdere enzymen gluten plots een agressor wordt, die schade aanbrengt aan het lichaam. Een mooi voorbeeld is coeliakie, waarbij de ontbrekende factor gluten transformeert in een stof die de darmwand gaat aantasten.
Iets soortgelijks maar klinisch minder waarneembaar doet zich voor bij een glutenintolerantie. Hier vormen de ontbrekende enzymen ook de factor die het gastro-intestinale systeem gaan aantasten, maar de problematiek is minder waarneembaar, althans volgens de gangbare reguliere normen. In praktijk doet zich een cascade van biochemische reacties voor, die voor een aanzienlijk deel aansprakelijk zijn voor het ontstaan van allergische en neurologische klachten.
Een tweede element is dat landbouwer's na de eerste wereldoorlog de graangewassen, met i.h.b. tarwe handmatig zijn gaan selecteren op de glutenconcentraties. Hoe meer gluten, hoe beter de kwaliteit van het brood en hoe hoger de prijs. De huidige tarwegewassen bestemd voor bloem, bevatten tot 20 keer meer gluten concentraties dan 100 jaar geleden. Men kan dus stellen dat de tendens van de laatste 100 jaar om gluten te vermenigvuldigen niet gelijk loopt met de capaciteit van het menselijk lichaam om gluten te verwerken. Deze stelling wordt beaamd als men er de statistieken gaat bijhalen. Volkeren met een matige of zo goed als geen consumptie van gluten (Eskimo's, Ethiopiërs) kennen bijna geen coeliakie. Net als niet-melk consumerende volkeren bijna geen borstkanker ontwikkelen.
Glutenintolerantie kan aangeboren zijn of verworven. Gaan we dan de factoren bekijken die deze verworvenheid in de hand werken, zien we dat vooral de concentratie en de hoeveelheid gluten de voornaamste factor is. Ieder individu heeft een ingebouwde DNA code die bepaalt hoeveel gluten er kunnen verwerkt worden. Overschrijdt men gedurende langere periode meermaals deze grenswaarde, bepaalt een andere factor, namelijk de predisponitie (voorbestemdheid) of iemand al dan niet gluten-intolerant wordt.
Coeliakie komt vier keer meer voor in 2009 dan in 1948/1954
Men heeft het (ingevroren) bloed van 9000 Amerikaanse soldaten van de periode 1948-1954 vergeleken met bloedonderzoek van 12.000 Amerikaanse soldaten in 2009 met dezelfde leeftijd. Er werd getest op de tissue transglutaminase IgA antilichamen (TTG/IgA).
Van de periode 1948-1954 hadden 0,2 % van de soldaten ongediagnosticeerde coeliakie tegenover 0,9% in 2009. Een stijging met 450%.
Hiermee in tevens aangetoond dat coeliakie tegenwoordig niet meer voorkomt omdat de diagnoseprocedure zou verbeterd zijn. Voor elke coeliakie patiënt zijn er ongeveer 30 mensen met glutenovergevoeligheid. Er zijn meer dan 200 ongewenste biologische reacties bekend die het gevolg zijn van het consumeren van gluten.
Glutenvervangers
- mais
- gierst
- haver (met de vermelding "glutenvrij" op de verpakking
- rijst
- teff
- quinoa
- lijnzaad (om toe te voegen aan het brood)
- boekweit
- sojameel
- aardappelmeel Glutenvrije bloem
Over smaak valt natuurlijk niet te redetwisten. Echter glutenvrije bloem dient zo weinig mogelijk (schadelijke) E-nummers te bevatten en zeker geen zogenaamde glutenvrij tarwezetmeel dat nog steeds gluten bevat.
- mais
- gierst
- haver (met de vermelding "glutenvrij" op de verpakking
- rijst
- teff
- quinoa
- lijnzaad (om toe te voegen aan het brood)
- boekweit
- sojameel
- aardappelmeel Glutenvrije bloem
Over smaak valt natuurlijk niet te redetwisten. Echter glutenvrije bloem dient zo weinig mogelijk (schadelijke) E-nummers te bevatten en zeker geen zogenaamde glutenvrij tarwezetmeel dat nog steeds gluten bevat.
Bron Pubmed
