Meer over Vitiligo 

Vitiligo is een goedaardige verworven huidaandoening, waarbij pigmentcellen in de huid door onbekende oorzaak zijn verdwenen. Het gevolg is het ontstaan van cosmetisch ontsierende, vaak symmetrisch gerangschikte, scherpbegrensde witte vlekken van verschillende grootte en vorm, met vaak een progressief beloop. Vooroordelen, onwetendheid, taboes, gebrek aan begrip, maken deze aandoening voor de patiënt psychosociaal tot een zware last. De aandoening komt voor bij 1 tot 2 % van de bevolking en bij elk ras  en kan op iedere leeftijd ontstaan, met een piekincidentie tussen de 10 en 30 jaar. De frequentie onder mannen en vrouwen is gelijk.

KLINISCH BEELD

In de meeste gevallen begint vitiligo met het verschijnen van een of meer scherpbegrensde, grillig gevormde maculae. De voorkeursplaatsen van de laesies zijn gebieden die blootstaan aan beweging of druk; de gewrichten (vingers, tenen, knieën, ellebogen), de gebieden rondom lichaamsopeningen (mond, ogen, anus, vagina) en de lichaamsplooien (oksels, liezen). De plekken vertonen vaak een opvallende symmetrische verdeling over het lichaam. Lokale depigmentaties van hoofdhaar, wenkbrauwen, oogwimpers of lichaamsbeharing (poliosis) worden niet zelden waargenomen. Ook een moedervlek met een gedepigmenteerde rand wordt bij vitiligo gezien. Deze ‘halo-naevus’ komt bij ongeveer 20 van de patiënten voor.

De witte plekken zijn door het ontbreken van pigment extreem gevoelig voor zonnestraling. Er ontstaan gemakkelijk verbrandingsverschijnselen (van roodheid tot blaarvorming). In de normaal gepigmenteerde huid worden de meeste patiënten zonder problemen wel bruin.

Aan de psychosociale aspecten die verbonden zijn met het hebben van vitiligo wordt door hulpverleners nog te vaak voorbijgegaan. Men realiseert zich onvoldoende dat deze ziekte bij de patiënt kan leiden tot vermijdingsgedrag, minderwaardigheidscomplexen, depressies ,en isolatie. Uit een onlangs gehouden enquête onder vitiligopatiënten bleek dat psychosociale problemen met name bij adolescenten overduidelijk kunnen zijn, waardoor zij belemmerd worden in hun partnerkeuze, in hun werk en tijdens sociale situaties.

Natuurlijk beloop.

Het beloop van de aandoening is onvoorspelbaar en niet constant. Gewoonlijk wordt de huidafwijking geleidelijk erger met tussenliggende perioden van stabiliteit.

Classificatie.

Verscheidene classificatiesystemen zijn reeds voorgesteld bij vitiligo. De meeste berusten op het verdelingspatroon en de uitgebreidheid van de laesies. De meeste vormen worden geclassificeerd als vitiligo vulgaris. Vitiligo vulgaris kent een onvoorspelbaar beloop. Ook reageren patiënten met deze vorm verschillend op repigmentatietherapie.

Het voor komen van samenhangende aandoeningen.

Vitiligo komt voor samen met zogenaamde auto-immuunziekten, zoals thyreoïditis van Hashimoto, pernicieuze anemie, juveniele diabetes mellitus en de ziekte van Addison.

DIAGNOSTIEK

Een aantal verschillende huidafwijkingen met hypo- of depigmentatie kan het klinische beeld van vitiligo nabootsen. Het is belangrijk om deze huidafwijkingen van de moeilijk te behandelen huidziekte vitiligo te onderscheiden, daar andere huidaandoeningen vaak effectief behandeld kunnen worden. Soms gelden hypopigmentaties als signaalsymptoom bij bijvoorbeeld neurocristopathieën (ziekten van de neurale lijst). Deze zijn soms erfelijk en vereisen genetisch onderzoek.

Huidafwijkingen met hypopigmentatie die van vitiligo onderscheiden moeten worden zijn:

Piebaldisme

Naevus depigmentosis

Naevus anaemicus

Syndroom van waardenburg

Tubereuze sclerose

Incontinentia pigmementia achromians

Hypopituïtarisme

post inflammatoire hypopigmentatiezoals exceem en psoriasis

post infectieuze  hypopigmentatie zoals bijvoorbeeld lepra

pityriasis versicolor

pityriasis alba

hypopigmentatie na chemisch trauma zoals bijvoorbeeld rontgenstraling

chemische en medicamenteuze depigmentatie

hypomelanosis guttata ideopathica

lichen sclerosis et atrophicus

morphaea

PATHOGENESE

De precieze oorzaak van vitiligo is nog onbekend. De volgende hypothesen zijn geformuleerd om de pathogenese van vitiligo te verklaren.

Genetische theorie.                                                                                                              

Erfelijke factoren spelen ongetwijfeld een rol bij de pathogenese van deze ziekte. Een positieve familieanamnese wordt beschreven bij 6 tot 38 van de patiënten.

De (auto-)immuunhypothese.

Volgens de auto-immuunhypothese zouden bepaalde stoornissen in zowel het humorale als het cellulaire afweermechanisme leiden tot vernietiging van lichaamseigen pigmentcellen.

De neurogene hypothese. 

                                                                                                      

Er is een aantal aspecten die een neurogene oorzaak bij vitiligo aannemelijk maken.
Het vóórkomen van vitiligo segmentalis, waarbij de vitiligolaesies gelokaliseerd zijn in een dermatomaal of semidermatomaal patroon. Deze vorm van vitiligo doet vermoeden dat er neurochemische mediatoren bestaan.
Het ontstaan van de ziekte door psychische stress.

De vrijeradicalenhypothese.

Deze theorie berust op de hypothese dat er een stoornis is in het beschermings-mechanisme dat in de normale melanocyt toxische voorstadia van melanine en vrije radicalen wegvangt. Dit zou zelfvernietiging van de melanocyt teweegbrengen.

Convergentiehypothese.

Aangezien voor elk van de genoemde hypothesen argumenten kunnen worden aangedragen, neemt men ook wel een zogenaamde convergentiehypothese aan, waarbij genoemde oorzaken zowel onafhankelijk van elkaar als synergistisch kunnen werken, met uiteindelijk hetzelfde resultaat: destructie van de melanocyt.

Risicofactoren ontwikkelen vitiligo

Ongeacht de oorzaak wordt aangenomen dat bepaalde endogene en exogene risicofactoren vitiligo kunnen uitlokken bij bepaalde personen die een veronderstelde aanleg hebben voor deze aandoening. In de meeste gevallen gaat het om:

ernstige emotionele stress

lichamelijke ziekten

operaties, zwangerschappen en bevallingen

Het ‘isomorfe prikkeleffect’ (‘Köbner-fenomeen’) komt ook bij vitiligo voor; huidbeschadiging of operatielittekens blijven soms
gedepigmenteerd. blootstelling aan bepaalde melanocytotoxische chemicaliën

BEHANDELING

Behandelvormen die gericht zijn op repigmentatie zijn:

foto(chemo)therapie,

corticosteroïden

en transplantatie van pigmentcellen

Bij patiënten die hier onvoldoende op reageren en bij wie meer dan 80 van het lichaamsoppervlak is aangetast valt depigmentatietherapie van de normaal gepigmenteerde huid te overwegen. Een goede voorlichting van de patiënt over de aard en de ernst van de aandoening is van belang. Er dient met name duidelijk te worden gemaakt dat vitiligo geen infectieziekte is en dus niet besmettelijk. Tot op heden is er geen enkele reguliere behandeling beschikbaar die vitiligo volledig kan genezen.

Depigmentatietherapie.

Het verwijderen van het elders resterende pigment bij vitiligo kan overwogen worden bij patiënten die over meer dan 80 van het lichaamsoppervlak vitiligo hebben en die ongevoelig zijn gebleken voor therapievormen gericht op repigmentatie. Bij sommige patiënten met zeer ontsierende laesies in het gelaat en (of) de handen, kan men ook depigmentatie overwegen.  

Camouflage behandeling

Wanneer patiënten lijden aan ernstige vitiligo in het gelaat, kan camouflagebehandeling met huidkleurige make-up worden overwogen. Maatregelen zoals het gebruik van zonwerende middelen met een hoge beschermingsfactor en het dragen van passende kleding worden sterk aangeraden om verbrandingsverschijnselen in de gedepigmenteerde plekken te voorkomen bij blootstelling aan zonlicht.   

Terug naar Vitiligo